woensdag 18 november 2009

Beach, Surf and Ride

" One’s destination is never a place, but a new way of seeing things.” – Henry Miller

Het 2de deel Australie, en tevens het laatste deel van mijn reis. Het begon met het Brisbane festival: bandjes op straat en in barretjes, overal feest. En al ligt Duitsland naar de deur, de eerste keer dat ik het Oktoberfest heb gevierd, was aan de andere kant van de wereld.

Na het ronddwalen door de stad, het bezoeken van North Stradbroke Island, heb ik krokodillen gevoerd zien worden in Australia Zoo en heb ik op de laatste dag Brisbane op het balkon van vrienden die ik in Afrika heb ontmoet, met uitzicht op de stad van een heerlijke Aussie Barbie genoten.
Vervolgens ben ik vier weken langs de kust geweest. Eerst Noosa, wat ten noorden van Brisbane ligt. Prachtige stranden, heerlijk warm, zacht en blauw water, en een surfstrand wat in een National Park ligt. Mooier kan bijna niet.
Toen naar Surfers Paradise, de naam zegt het niet, ten zuiden van Brisbane. minder mooi kan het blijkbaar wel. De kust hier wordt de Gold Coast genoemd: hoge gebouwen, pretparken, casinos, een goede plek om geld uit te geven, te zien en gezien te worden. Niet echt iets voor mij dus.


Wel echt wat voor mij: Byron Bay. Ik heb er niet voor niets 3 weken gezeten. Hele relaxte sfeer, veel strand, er waren niet vaak golven, maar als ze er waren, heerlijk gesurft. Veel mensen zaten daar ook voor langer, erg gezellig, er waren superleuke cafeetjes en markten. Hoewel ik er niet al teveel heb gedaan, had ik toch altijd wel wat te doen. Ideaal.

Van een heerlijke plek naar een saai gehucht dat Tamworth heet. In het binnenland, 15 uur met de bus om er te komen vanuit Byron, wat ga je daar dan in hemelsnaam doen zou je denken?
Nou dit:
Op maandagochtend werd ik, samen met nog 18 anderen, door cowboy Tim opgehaald om naar een boerderij genaamd 'Leconfield' te gaan. In the middle of nowhere, omsingeld door groene heuvels, warm en droog, 1200 ha grond, en hier zouden we 5 dagen blijven om het leven van een boer te leiden.


We kregen allemaal een paard voor deze week, dat we verzorgden en waar we op reden. Elke dag begon vroeg en eindigde laat. Een daartussenin leerden we de schapen en het vee bij elkaar drijven, te paard of te voet, reden we over heuvels en hadden we prachtige uitzichten over het land, deden we spelletjes en wedstrijdjes te paard, leerden we lassoo gooien, scheerden we schapen en slachten we er eentje, worstelden we met kalfjes, castreerden we er een, die ook gelijk gebrandmerkt werd, repareerden we het hekwerk, sliepen we buiten onder de sterren en hoorden we snachts de dingos huilen, deden we spelletjes en waren er raadsels tijdens het kampvuur. Het was echt een geweldige week. Ik had nooit verwacht dat ik zo zou genieten van het boerenleven!

Maar aan alles komt een einde. En zo stapte ik een dag later in de trein richting Sydney. Wow, een grote stad! Wat een verschil!
Een dagje ben ik rond gaan lopen, over Darling Harbour, door de botanische tuinen, richting het Opera gebouw en de langs de Harbour Bridge terug via Chinatown en door Paddy's market. even het gevoel krijgen van de grootste stad van Australie. Maar ik kom hier mijn laatste week nog terug on nog meer te zien en er nog meer van te genieten.


dinsdag 29 september 2009

Bali Time:)

“To my mind, the greatest reward and luxury of travel is to be able to experience everyday things as if for the first time, to be in a position in which almost nothing is so familiar it is taken for granted.” – Bill Bryson

Nog voordat het Bali Time:) is, heb ik nog 2,5 week in Australie. De familie zit weer in nederland, en ik ben weer alleen op pad. Maar niet voor lang, want op Magnetic Island kwam ik alweer bekenden tegen. 'Maggie' Island is een supermooi en relaxt eiland en ik sliep in een party hostel. Het mooiste van die dagen lag een paar zeemijlen vederop op en 30 meter onderwater: het Yongala Shipwreck. Gezonken op het zand tussen het kustrif en het oceaanrif, trekt het allerlei soorten zeeleven aan. Ik heb nog nooit zoveel onderwater bij elkaar gezien! Enorme zeeschildpadden, een zeeslang, nemo-vissen, de wc van het schip, prachtig koraal en enorme scholen met enorme vissen. Zo prachtig!
De volgende stop was Town of 1770. Een gehucht aan het strand met niet al teveel te doen maar wel al te relaxt. Ook daar heb ik weer van de onderwater wereld genoten. Dit keer met nog helderder water en gezwommen met, naast, onder en boven een manta ray!


Tot en met de laatste dag heb ik gewacht om de rest van de omgeving te verkennen. Op een chopper baby!







In Brisbane ben heb ik een kleine tour gekregen in een auto met open dak. Vanaf alle kanten mooie uitzichten over de stad gezien, belangrijke gebouwen gespot en van alles over de stad gehoord.Na Bali en Perth heb ik nog weer meer tijd om de boel te verkennen hier.
In Perth ben ik uit eten geweest met Chris en Clare, heb ik geluncht met Bette, ben ik naar de film geweest, heb ik thuis bij Chris en Clare films gekeken en heb ik rondgewandeld in musea en buurten war ik de vorige keren nog niet was geweest, heerlijk om daar weer te zijn!


En nu, Bali time:)

Totaal gedisorienteerd na een nacht met Arthur Buijink die ik tegen kwam op het vliegveld in Perth, en na het vliegen, kwam ik aan op Bali.
Ik zat ineens in Azie.
En na een half uur in de taxi zat ik ineens in een hostel in Kuta.

Hoewel het een compleet gekkenhuis was in Kuta, ben ik er wel een week gebleven. Elke dag ging ik naar het strand om te surfen met m'n rotterdamse politie vrienden, en na een paar dagen wist ik op een heel vriendelijke manier alle verkopers en masseurs van me af te schudden, ik wist de lekkerste en goedkoopste eettentjes in de buurt en ik wist, hoewel het hier zo goedkoop is, dat ik veel geld uit ging geven op Bali (kom maar op met je surfboard, kleding en souvenirs!).


En ik heb eindlijk kunnen duiken met de mooiste dieren onderwater: manta rays (echt duiken is zo anders dan snorkelen). Niet 1 maar wel 10 zwommen er rond. En omdat het water niet zo helder was hier, was het eigenlijk nog veel vetter. Vanuit het donkere niets komen er ineens manta rays op je af gezwommen. Zo sierlijk, zo rustig, zo trots en zo dichtbij. Zo fantastisch mooi:)



Na een paar dagen was Corinne, een frans meisje dat ik in Australie al had ontmoet, ook in Bali aangekomen. Samen met haar en de fransman Fabien en de japanner Hideki, hebben we voor 2 weken een auto gehuurd (man dat verkeer is echt gestoord in Bali!) en zijn we kris kras over het eiland gecruiset.

Eerst zijn we naar het zuiden gereden om de beroemde surfbreak Uluwatu te zien, om Dreamland te surfen en om de tempel van Uluwatu te zien, die, behalve dat die op een klif stond met een prachtig uitzicht, niet heel bijzonder was.
We zijn langs de kust, via surfstranden naar het noorden gereden en toen de golven te hoog werden zijn we nog noordelijker door het binnenland, over heuvels, langs ontelbaar veel rijstvelden, naar Lovina gereden. Weer heel toeristisch daar, weer heel relaxt. Maar dat is gewoon heel Bali. We hebben een dag gedoken bij het eiland Menjangan. Met uitzicht op de vulkanen van Java en onderwater weer de mooiste kleuren, een haai en weer veel mooie vissen.

Toen weer naar de kust gegaan, naar Medewi. In een door een familie gerund hostel met het lekkerste eten van heel Bali, en de allerlekkerste massages ooit. En het zouden ook de lekkerste golven moeten zijn, maar de stromingen waren zeer sterk en de zee erg wild. Ach, na een aantal keer proberen had ik ook wel weer vrede met het lezen van m'n tot favoriet gedoopte boek "A short history of nearly everything" van Bill Bryson.

Door naar Ubud, een cultureel dorp in het midden van Bali. Veel kleine straatjes, veel apen in Monkey Forest, veel mooie kostuums bij het Kecak dansen, weinig tijd daar, de volgende ochtend reden we weer door naar Amed aan de oostkust.Daar was het droog, leek het op de Mediteranee, en waren er minder toeristen. Gek dat er op zo'n klein eiland toch zoveel verschil kan zijn. Het koraal aan de kust leek wel het dorp van de Snorkels. Zo kleurrijk als op tv, en het leek wel een dorp met allerlei stukken koraal die bewoond werden door verschillende groepjes snorkels......euh, vissen. Er liggen veel scheepswrakken aan de kust van Amed. Zal het schip van kapitein Ortega hier ook liggen? Ik had toch moeten gaan duiken daar.

De laatste dagen van het Bali avontuur hebben Corinne en Carine doorgebracht op Nusa Lembongan. Lekker zonnen, relaxen, zwemmen en lezen hadden we bedacht. Er was maar 1 dag zon en toen waren we verbrand, en we hebben 1 keer gezwommen en het water was koud! Maar gerelaxt hebben we zeker, lekker lezen, lekker eten, hmmm, en lekkere verse sapjes en lekker geslapen. Lekker niets doen..... Bel far niente :)











donderdag 27 augustus 2009

Met de familie op pad

"Men gaat op reis om thuis te komen." - Godfried Bomans

Ook deze reis kon niet gemaakt worden zonder dat Guille even langs kwam hoppen. Al was het maar voor 5 dagen, al was het maar in Darwin, waar bar weinig te doen is, het was weer heel ge-zellig. En het werd nog gezelliger toen papa, mama en Folkert ook naar de andere kant van de wereld waren gevlogen.

Een maand begon vol met camperen met koude nachten, hotels met warme dekens, tennisballen gooien, bbq-en, kilometers rijden, de jaarlijkse Beer Can Regatta in Darwin, zwemmen, shithead, 4WD/camper/auto rijden, eten, nederlands praten, puzzelboekjes, wandelen, rode landschappen, wildlife zoeken maar niet vinden, Aboriginal land, Vegemite en de oneindige Outback.
En dit alles begon in Kakadu NP. Het was het droge seizoen, wat betekent: geen of kleine watervallen en prachtige wandelpaden. Met een 4WD reden we over rode stoffige wegen, langs rivieren vol met krokodillen, en we zwommen in krokodilvrije ijskoude waterholes en we wandelden over paden en klauterden over rotsen.

Toen vlogen we naar Alice Springs, vanaf waar we met een tot stapelbed ombouwbare en met uitklapbare keuken volgestauwde 4WD reden richting Mt. Conner, waarvan we dachten dat het Ayer's Rock was.
De wolken afgewisseld met knalblauwe lucht; de zon die langzaam aan het ondergaan was en de regen die af en toe uit de wolken barstte maakte het platte oneindige en droge landschap nog bijzonderder om doorheen te rijden.
En aan het einde van die weg was die bekende rode rots waarvoor we helemaal naar het midden van Australie zijn gegaan: Ayer's Rock, of, zoals zij door de Aborigines genoemd wordt: Uluru. Met een paar kilometer vederop het zeker niet minder bijzondere rode rots gezelschap Kata-Tjuta, ofwel, The Olgas.
De wandelingen waren prachtig, net als de zonsop- en ondergangen. 's Avonds was het heel koud.

Kings Canyon was de volgende mooie wandeling. Veel rotsen, afgronden, fossielen van stromalieten, bijenkorfachtige rotsen, de Garden of Eden, prachtige uitzichten en leuke vogelgeluiden. Bijzonder mooi, en bijzonder moeilijk te beschrijven.

Aangezien we niet genoeg kregen van de Outback, de prachtige wandelingen, de eindeloze uitzichten, de droogte en rotsen, hebben we ook nog een paar dagen doorgebracht in het wederom wannzinnige MacDonnell Ranges.

Toen vlogen we naar Cairns. Alsof we in een heel ander land terecht waren aangekomen reden we langs bananenplantages, heuvels vol groen, langs de zee, naar Airlie Beach, vanaf waar we met een zeilboot gingen varen bij de Whitsunday Islands. Omringd door heuvelachtige groene eilanden en azuurblauwe zee zeilden we naar de prachtige witte stranden en snorkelden we in ondiep water met veel gekleurd koraal en vissen en zagen we onderweg de dolfijnen, schildpadden en walvissen hun koppen boven water steken. De laatste verraste ons zelfs met een sprong uit het water wat denk ik wel het mooiste is wat ik ooit in de natuur heb gezien.

De lange weg terug naar Cairns braken we op met een nacht slapen aan zee waar je wegens krokodillen helaas niet kon zwemmen, en de Atherton Tablelands. We werden er verwelkomt met een enorme regenbui waardoor we de dag erna pas van het uitzicht konden genieten. Groene heuvels zoals ik mij Ierland zou voorstellen, met verstopte watervalletjes langs de weg.

De laatste dagen hebben we in en rondom Port Douglas doorgebracht. Heerlijk aan zee, over marktjes gestruind en in het zwembad gespettert. Een dagje naar Cape Tribulation, daar waar het regenwoud de zee ontmoet. En een dagje naar het wonderschone Great Barrier Reef, daar waar Folkert op zijn verjaardag z'n allereerste duik heeft gemaakt!

Jeetje, wat was het vet. En jeetje wat hebben we veel gezien, gedaan, gelachen en genoten.

En toen vlogen zij weer terug naar Nederland en ging ik weer verder op pad.

zaterdag 22 augustus 2009

Afrika vs. Australie in foto's

Duinen
Namibie en Lancelin, WA, Australie










Tropic of Capricorn
Namibie en Australie, WA















Canyons:
Fish River Canyon - Namibie en Kings Canyon - Australie, NT












Kustlijn:
Zuid-Afrika, Coffee Bay en Kalbarri, WA, Australie










Strand:
Tofo, Mozambique en Whitehaven Beach, Whitsundays, Qsl, Australie










Watervallen:
Victoria Falls - Zambia en Twin Falls, Kakadu NP - Australie, NT










zaterdag 18 juli 2009

Down Under in W.A.(ter)

"All journeys have secret destinations of which the traveller is unaware" - Martin Buber

Gelukkig maar, anders is het reizen door de outback van West Australie wel erg eentonig. Het is voornamelijk woestijn, rood zand, prikkelplanten, bewoond door slangen, andere reptielen, roofvogels en kangoeroes, het is er kurkdroog en zelfs in de winter overdag 44 graden.
Meer dan erdoorheen rijden om op de geheime bestemmingen te komen waar wij reizigers ons nog niet bewust van waren deden we ook niet.

West Australie is enorm. Voordat je weer ergens bent waar je sowieso moet zijn geweest, ben je zeker een dag verder. En al die plekken hebben te maken met water:

Ten zuiden en even ten noorden van Perth stond in het teken van mijn meest favoriete en minst favoriete water: de zee om te surfen en de regen...om binnen te blijven. Het is winter, het regent, het is koud en er is geen centrale verwarmingen. Wel zijn er: golven, een superblauwe zee, veel bomen, veel duinen, een ruige kustlijn, uitgestorven stranden en langs de hele westkust dolfijnen en walvissen.


Nog meer water in Shark Bay. Een World Heritage Site die alle 4 de criteria om een World Heritage Site te zijn bezit. Bijzondere landschappen, in het water levende stenen, een schelpen strand.....Supermooi en bijzonder gebied.

Bij Monkey Mia worden dolfijnen gevoerd. Ik stond vooraan, verend op mijn voeten, armen over elkaar geslagen en de schouders hoog opgetrokken, en nog ben ik niet uitgekozen om echt de liefste en vrolijkste beestjes van de wereld een vis in hun bek te steken. Ging het ook nog regenen die dag.......
Een kilometer of 600 verderop door woestijn, langs dode kangoeroes en met onderweg een plaatsje waar 4 man wonen wat al 250 kilometer van tevoren wordt aangegeven, ligt het paradijselijke Coral Bay met het Ningaloo Reef in de achtertuin. Al snorkelend en duikend en vanaf de boot in de verte starend, heb ik van deze prachtige onderwaterwereld mogen genieten: veel en grote kleurijke vissen, dugongs (een soort zeekoe), reef sharks, roggen, dolfijnen en walvissen.
Na de kust te zijn afgreist ben ik het binnenland ingegaan naar het heuvelachtige Karijini National Park. Daar had je zeker genoeg water nodig, tijdens het wandelen door alle prachtige gorges, met zijn natuurlijke klimwanden en zwembaden. 's Nachts kamperen met huilende dingo's in de verte en een sterrenkijkavond in de outback met een prachtige volle maan.


De langste en saaiste weg liep van Port Hedland naar Broome. De enige stop die we daar hebben gemaakt was 80 mile beach. De naam zegt het al: een enorm lang strand dus met supermooi blauw water. Alsof je als kind in een snoepwinkel staat en je mag niets eten: in het water mocht je niet zwemmen vanwege stonefish en stingrays....

En dan aangekomen in op de laatste plaats van West Australie: Broome.
1 keer in de maand kan je in Broome the staircase to the moon zien. En laat ik nou net 1 dag daarvoor aangekomen zijn. Omdat het water zo laag staat, is er tot in de verte zand wat een beetje nattig is. Daarin kan je de weerkaatsing van de volle maan zien en dat maakt dat je er een soort trappetje in ziet: the stairway to the moon!

Dan nog even wat feestjes meepakken en nog even chillen op het strand voordat ik naar Darwin ga waarvandaan ik met de familie voor een maandje op pad ga!

maandag 1 juni 2009

Overland door Zambia - Botswana - Namibie en weer terug naar Kaapstad

“The use of traveling is to regulate imagination by reality,
and instead of thinking how things may be,
to see them as they are.”
- Samuel Johnson -

Het is moeilijk voor te stellen bij alleen een foto:
Een miljoen liter water dendert per seconde naar beneden. Tenminste, tijdens en na het regenseizoen, en toen ik er was, was het het meeste water sinds 19 jaar wat naar beneden stortte... En dat maakte het ook zo mistig. Zo bleef er weinig van het zicht over, behalve als er een kleine windvlaag voor een seconde de mist even wegvaagde, voor de rest werd je vooral kleddernat en hoorde je een miljoen liter water per seconde naar beneden storten: de Victoria Falls.

Vanaf daar begon mijn Overland Tour. Met 14 reizigers, een gids, een chauffeur en een kok 21 dagen op pad, om de mooiste plekken van Botswana en Namibie te ontdekken en om uiteindelijk weer terug te keren in de mooiste stad van Afrika: Kaapstad.

In Chobe NP hebben we een overdosis aan olifanten, nijlpaarden en krokodillen gehad. We zijn door de Okavango Delta gevaren in een traditionele mokoro (kano) waar we op een gegeven moment geristel hoorden in de bosjes en vervolgens verrast werden door een kudde op hol geslagen olifanten die al toeterend door het water denderden (WAUW!).

In Namibie hebben we een kijkje genomen in het leven van de San Bushman: hoe je vuur maakt, hoe je water uit een boom drinkt, hoe je een vogel vangt met een paar takjes en een touwtje en wat je doet als je door een giftige slang wordt gebeten.

Hoe verder we richting Zuid Afrika reden, hoe droger het werd. En met maar 2 miljoen mensen die in Namibie leven, kom je ook weinig leven, behalve wild leven, tegen. En denk je dat wildlife onvoorspelbaar is: in Etosha NP waren we op een kampeerplaats waar ze een waterplas hadden, waarvan werd gezegd dat elke avond rond een uur of 8, altijd neushoorns komen drinken. Ik weet niet of neushoorns een horloge hebben, of dat het personeel de neushoorns daarheen lokken, maar stipt om 8 uur, toen we naar de waterplas liepen, waren er welgeteld 4 neushoorns, 5 olifanten, 3 hyenas, 5 jakkals en 4 zebras en hoppa, gegarandeerd 2 uur live National Geographic Channel.

Namibie is een land met charme. De ruimte, de woestijn, de lange afstanden waar je tijdens de bush plaspauzes en tijdens het kamperen moet oppassen voor schorpioenen en slangen, en waar het overdag ondraagelijk warm is (en dat in de herfst!) en 's nachts ondraaglijk koud, de vriendelijkste mensen, de wonderbaarlijke taal die Afrikaans heet, en weer die eindeloze woestijn en dan opeens de woeste zee, waar bij Kaap Kruis duizenden zeehonden zich verzamelen om te eten, in de zon te chillen, te paren, te stinken en schaapachtige geluiden te maken.

En dan in Swakopmund maak je kennis met de zandduinen, waar Namibie bekend om staat. Vanaf Swakopmund 550 km naar het zuiden en 110 km naar het oosten rijzen zandduinen op tot wel 300 meter hoogte. Zomaar, uit het niets. Dit is een van de droogste plekken op aarde, het creeert prachtige zonsop- en ondergangen en is ideaal om te sandboarden (WIEEHOOOOO!).

De laatste dagen van de tour stonden in het teken van feesten, uit eten en wijnproeverijen. De hele tour stond in het teken van de meest prachtige en onwerkelijke plekken in Zuidelijk Afrika, samen met een fantastische groep mensen.

Kaapstad ligt aan de horizon, ik ruik en hoor de zee en zie de tafelberg, die ik ook deze keer weer niet beklommen heb, maar die bewaar ik voor een volgende keer, want ik kom hier ongetwijfeld op een dag weer terug. De cirkel is rond, zuidelijk afrika is bereist, ik ga het missen: de mensen, de wijnen, het wildlife, de slechte wegen, de niet altijd even fris ruikende mensen, de volgepropte minibusjes, de miscommunicatie, het Afrikaans, de onbereikbare highlights, het zuid-afrikaanse accent, de straatverkopers...

Maar ik mag niet klagen, want het einde van dit avontuur maakt plaats voor het begin van een nieuw onvergetelijk avontuur: Australia, here I come!

zaterdag 30 mei 2009

Malawi - The warm heart of Africa

"If you reject the food, ignore the customs, fear the religion
and avoid the people, you might better stay at home.”

- James Michener -

Nou, dat is vrij moeilijk om te negeren in Malawi. Het wordt niet voor niets the warm heart of Africa genoemd. De mensen zijn heel vriendelijk en positief, en dat in een land waar ze maar weinig hebben. Meer dan het locale voedsel verkopen ze dan ook niet, dus het land, de mensen en hun gebruiken leren kennen gaat bijna vanzelf.

Na nog geen 2 dagen in Malawi besloot ik Mt. Mulanje, de hoogste berg in Malawi, te beklimmen.
Mt. Mulanje, precies 3002 meter tot de top, ligt in het zuiden van Malawi. En na 1,5 dag klimmen, heb ik het volgende filmpje op de top gemaakt:

video

Ik zal die klim nooit vergeten. Mede omdat ik m'n knieen heb overbelast en als ik lange wandelingen maak komt die pijn weer naar boven.......... Maar ik had het niet willen missen, zo fan-tas-tisch die berg!

Malawi heeft heel veel moois te bieden, maar goede transport verbindingen naar de plekken waar je moet zijn geweest, ho maar. Ten eerste Mt. Mulanje. Vanaf het busstation in Blantyre moet je eerst 10 minuten met een minibus naar een dorpje ernaast vanaf waar je een minibus richting de berg kan nemen. Langs prachtige theeplantages kom je na een uurtje aan op een kruising waar je weer een ander minibus moet nemen naar de ingang van het park. Maar die minibus wacht eerst tot die vol is en rijdt dan pas die kant op. Hoewel, hij moest eerst geduwd worden voordat die bus uberhaupt kon rijden. Na 15 minuten hobbelen over een zandweggetje wordt je afgedropt en daar staan minstens 5 man die je de weg verder wel zullen wijzen. Want vanaf daar is het nog een half uur lopen naar de accomodatie vanaf waar je de tour naar de top kan regelen....

Moe en voldaan kwam ik 3 dagen later weer terug in Blantyre. Gelukkig hebben we een lift terug gekregen naar de stad. Dacht ik lekker te gaan chillen aan het meer van Malawi, in Cape Mclear, was ik even vergeten dat het me nog wel een hele dag kon kosten om 200 km te rijden. Tuurlijk, er gaat een bus naar een nabij gelegen dorp vanaf waar ik een busje kan nemen naar mijn eindbestemming. Ik in die bus. Na 3 uur rijden moest ik overstappen op een truck, want die minibus ging toch niet verder. Die truck rijft nog geen uur en dumpt me weer in een andere minibus die toch wel echt daarheen gaat. Goed, daar trap ik dus niet meer in, en ja hoor, op een kruising wordt ik weer een nieuwe truck aangewezen die me wel kon afzetten bij m'n hostel... En tegen al mijn verwachtingen in, gebeurde dat ook!

Na die paar dagen chillen aan het meer, heb ik het meer niet meer verlaten. Via de hoofdstad Lilongwe ben ik naar het noorden gegaan, naar Nkhata Bay waar ik na een paar dagen aan het meer, naar Chizumulu Island ben gegaan.

Chizumulu Island, of 'Chizzi', ligt in het noorden van het meer van Malawi. Het is er voornamelijk mega chill. En je moet er, heel vervelend, sowieso 5 dagen blijven: op zondag wordt je door de veerboot erheen gebracht en die gaat 1x per week van het noorden naar het zuiden van het meer en 1x per week van zuid naar noord. Op vrijdag ga je dan weer terug naar het vaste land. Langer dan die 4 uur die je op de boot zit om naar het eiland te komen wil je ook niet. De boot is volledig bepakt en beladen, met heel veel vis (stinken de boel!) en veel teveel mensen, wat normaal is voor transport in Afrika uiteraard, en ratten..... Maar het was het zeker waard!

Ik heb dit bijzondere land na 3 weken weer verlaten, mijn reis in m'n eentje door Afrika zit er bijna op. Nu op weg naar Livingstone in Zambia waar mijn overland tour begint.